Een deel van de pakkende kaskraker Marina (waarover ik reeds een stuk op mijn blog
schreef) werd opgenomen op de mijnsite in Beringen.Tijd dus om eens kijkje te gaan nemen en om mij verder onder
te dompelen in ons Limburg Mijnverleden.
Door de film had ik al een beeld in mijn hoofd over het
leven van de mijnwerkers tijdens de jaren 50-60, nu wilde ik nagaan of dit
beeld strookte met de werkelijkheid.
In Beringen zijn de sporen van het mijnverleden nog sterk
aanwezig. De vroegere mijnzetel is haast volledig bewaard en is een pareltje
van industriële archeologie. De mijnterrils zijn dan weer omgebouwd tot
wandelgebieden. Bij het binnenwandelen van het terrein valt mijn blik meteen
op de statige hoofdschachten van de mijn. Ik krijg al rillingen wanneer
ik eraan denk dat er mensen elke dag vele honderden meters diep moesten afdalen
in deze schachten.
Eens in het museum maken we op een interactieve manier
kennis met het leven en werken in en rondom de mijn. Zo krijgen we een iPod die
informatie geeft bij de verschillende foto’s en andere objecten, verspreidt
over de negen zalen. Elke zaal heeft telkens een ander thema als vertrekpunt,
bv. het werk ondergronds, het leven in de cité, de woelige sluitingsperiode, de
toekomstplannen op de cité,...
Die iPods lijken me handig voor leerlingen, die liever dan
al de plakkaten en infoborden te lezen een audiovisuele samenvatting horen,
ingesproken door een expressieve verteller.
Voor de ondergrondse simulatie is er een gids aanwezig, maar
voor grote groepen zijn er speciale programma’s die op voorhand kunnen
gereserveerd worden. Zo kan je op voorhand een educatief computerspel
downloaden over het mijnwerkersberoep om het daarna aan de ‘lijve te ondervinden met een gids en ondergrondse
simulatie.
De eerste foto in de inkomhal vond ik al direct zeer
indringend. De donkere, benauwende ruimte gaf al een preview van wat we
gingen ontdekken over het werk in de mijn...
Steenkool het zwarte goud
In de inkomhal verkrijgen we ook meer info over steenkool of
anders gezegd het zwarte goud.Steenkool was de motor van de industriële
revolutie ( C.a. 19de eeuw) en gaf een grote stimulans aan de mijnen.
Met de uitvinding van de stoommachine stijgt de vraag naar steenkool
spectaculair. Vanaf dan wordt steenkool een onmisbare grondstof voor de
staalindustrie en dit tot diep in de 20ste eeuw.
Vandaag de dag behoort de steenkoolindustrie in West-Europa
tot de verleden tijd, maar landen als
China, VS, Australië en Rusland zijn nog steeds grote steenkoolproducenten. Deze
mijnen zijn nog lang niet zo veilig en gemoderniseerd als in de jaren '70 en '80 hier
het geval was. De veiligheidsmaatregelen laten de wensen over met meerdere
ongevallen tot gevolg in. Nu nog werken mensen dus in harde, onveilige omstandigheden
zoals dat bij ons in de vroege jaren van de mijnindustrie het geval was.De steenkoolindustrie blijft dus bestaan door de energiezucht
van landen zoals China, ondanks zijn milieuvervuiling ( steenkool stoot immers
het grootste aantal broeikasgassen uit!) en het inzetten van hernieuwbare
energiebronnen zoals windenergie.
Steenkool en de steenkoolmijnen waren dan ook jarenlang de
hoofdwerkgevers in Limburg.

Nu, vele jaren later heeft Limburg opnieuw te maken met een
sociaal drama, want de ook de Ford fabriek sluit in 214 definitief de deuren. Toch kan je de sluitingen niet echt met elkaar vergelijken. Er
is veel strijd geweest bij de mijnsluiting( zie verder) en de werknemers hebben
toen toch een grote slag thuisgehaald. Er werd een vergoeding verkregen, die
omgerekend naar vandaag, 2,5 miljard bedraagt. De helft daarvan ging naar de
mijnwerkers. Om deze reden en het feit dat er nog meer werkgelegenheid was in
de fabrieken, vielen de werknemers niet zo snel in een zwart gat, ook al viel
een belangrijke industrietak weg. Dit is nu wel het geval, gezien de
economische situatie in onze streek. Voor elke werknemer zijn er twee kandidaten.
Voor het tot een sluiting waren de mijnen echter nog tot
diep in jaren 80 de dominante werkgever. Er werkten duizenden mensen in de
mijnen, terwijl voor de komst van de mijnen onze streek dunbevolkt was. Maar in
de mijn waren er mijnwerkers nodig, véél mijnwerkers. Daarom werd er massaal
gerekruteerd en neemt de bevolking snel toe.
Waar vonden de werkgevers dan mensen die dag in dag uit in deze
harde omstandigheden wilden werken?
Herkomst van de mijnwerkers
Antwoord? Voor een stuk in het buitenland.
Bij een momentopname in 1980 werkten er 11.929 Belgen en
7.398 buitenlandse arbeidskrachten; die hoofdzakelijk uit Turkije, Italië en Marokko
afkomstig waren, in de Limburgse mijnen. Procentueel is dat een verhouding van
61,72 % VS.. 38;28 %.De werknemers waren zowel van binnen en als buitenland dus,
maar het verschil is dat 97% van de buitenlandse krachten ondergronds te werk
waren gesteld, terwijl er onder Belgen een beter evenwicht hiertussen was. Het
vuilste werk, werd dus voor een merendeel door de buitenlandse krachten
uitgevoerd.
De eerste immigratiegolf vond plaats van 1992 tot 1940. Toen
er vanaf 1922 in de mijn van Beringen gestart
werd met steenkool naar boven te halen was er immers veel nood aan ondergronds
werkvolk. Hiervoor rekruteerden de mijnen aanvankelijk in de regio: zowel seizoenarbeiders
als pendelaars worden aangetrokken. Daarnaast werden ook ervaren Waalse
mijnwerkers aangetrokken om in de Limburgse mijnen te komen werken.Toch blijkt
dit niet voldoende en startten de mijnen met het rekruteren van buitenlandse
arbeidskrachten. 6500 gastarbeiders werken omstreeks 1930 al in de Limburg. Ze
komen voornamelijk uit centraal- en Oost-Europa en Italië. De wereldwijde
economische crisis van de jaren ’30 ( Grote depressie, die het gevolg was een
bankencrisis en internationale crisis) doet de vraag naar steenkool dalen. Dit
leidt tot een afvloeiing van personeel en de eis van vakbonden om vreemde
mijnwerkers te vervangen door werkloze Belgen.
Tijdens de wereldoorlogen viel de tewerkstelling terug, maar
na de oorlog draait de staalindustrie al snel terug op volle toeren en moet de steenkoolproductie
ook omhoog.
Wanneer de krijgsgevangen uit de oorlog worden vrijgelaten,
levert de aankomst van een nieuw contingent mijnwerkers-Italianen de oplossing.
In 1645 start dan de laatste grote migratiegolf. Ondanks dat
er tijdens de steenkolencrisis van 1958 zeker 10 000 jobs verloren zijn gegaan,
is er opnieuw een tekort aan mijnwerkers. Veel Belgische mijnwerkers verlaten
immers de mijnen om in andere sectoren te aan de slag te gaan ( o.a. Ford).
Deze keer wordt er gerekruteerd uit Turkije en Marokko.
Jarenlang trokken duizenden mensen dus naar de steenkoolmijnen
in Limburg op zoek naar een nieuw leven voor zichzelf en hun families.
Door meer te weten te over dit proces begrijp kan ik het
uitzicht en de situatie van Limburg veel beter begrijpen. Het zijn al die
verschillende mensen en culturen die zich doorheen de jaren in onze streek hebben
gevestigd, die Limburg maakten tot wat het nu is. Eén van de wanden in het museum gaf dit teken van
verbondenheid van zoveel verschillende mensen en culturen heel pakkend weer.
Deze migratiegolven deden de bevolking van Limburgse steden
zoals Genk vertwintigvoudigen tussen 1900 en 1961 ( deze enorme stijging heeft
ook te maken met het feit dat Genk drie mijnen had).
Veel mijnwerkers komen terecht in de door de mijn gebouwde
tuinwijken. De arbeidskrachten van buiten België brengen daarbij hun eigen
tradities en gebruiken mee. Zo worden de tuinwijken of cités worden een
multiculturele smeltkroes en een hechte sociale gemeenschap.
De hele samenleving was opgebouwd rond deze ene industrietak,
want de mijn bepaalde alles: je werd geboren in het ziekenhuis van de mijn,
ging naar school in een school van de mijn, je woonde in een huis van de
mijn,... Door de sterke impact van de mijnen op het leven van de mijnwerkers
beïnvloedde de mijn de persoonlijke geschiedenis van tienduizenden mijnwerkers
en hun familieleden.
Dit samenhorigheidsgevoel heeft ook negatieve gevolgen, de
woonwijken groeide immers uit tot uitgebreide, maar geïsoleerde woongemeenschappen.
De mensen inwoners dragen hun bijnamen van citératten/citévolk met trots, maar
andere durfden wel eens neer op hen te kijken. Maar in de mijn was er geen
onderscheid, want onder de grond was iedereen zwart...

Dit alles zorgt ervoor dat de mijnwerkers erg afhankelijk
zijn van hun directies. De directie voert allerlei reglementen in, wat de
mijnwerkers in een kwetsbare positie plaatst. Dat de invloed van de werkgevers
ver kon gaan ontdekte ik al door de film Marina. Daar dreigt de vader van Rocco
zijn huis te verliezen omdat hij arbeidsongeschikt wordt verklaard. De
schrijnende scène waarin Rocco’s vader daarbij in tranen uitbarst omdat hij alles
heeft gegeven aan de mijn, inclusief zijn gezondheid en alles daarbij voor
niets lijkt te zijn geweest, is dus zeker niet over gedramatiseerd. Het lijkt
uit het leven gegrepen,...
Een citaat dat heel erg sprekend en boeiend is hieromtrent,
zeker voor mezelf als toekomstig leraar, is het citaat van Necati Yurdakul.
Op maandag 10 oktober 1973 ben ik in België aangekomen en op dinsdag moest ik naar school. Ik verstond geen enkel woord Nederlands en toch moest ik mee. Kort nadien heeft de directie beslist om alle Turkse en Marokkaanse leerlingen samen te zetten om hen een spoedcursus Nederlands te geven. Maar onder elkaar werd er niks anders dan Turks en Marokkaans gesproken en van Nederlands kwam niks terecht. Dan heeft mijn pa gevraagd me terug in een Nederlandse klas te zetten. Daar stemde directe mee in en een jaar later sprak ik al goed Nederlands. Het eerste jaar heb ik nog 62% gehaald en kon ik toch overgaan.Het werk in de mijn: ondergrondse simulatie
Als aanvulling op dit al interessante museumbezoek brachten
we een bezoek aan de ondergrondsimulatie met een gids. We vertrokken in het
cafeetje dat aan de site verbonden was. Daar zat onze gids, een ex-mijnwerker
bij te praten met zijn ex-collega’s. Het feit dat onze gids zelf heeft
gewerkt en geleefd in en rond de mijnen, vond ik een heel leuke troef. Doordat
deze man erg beeldend kon vertellen en simulatieruimtes zeer authentiek leken,
kon ik me een duidelijk beeld vormen van het werk in de ondergrond.

Er was het gevaar voor het brandbare en verstikkende mijngas
en er was instortingsgevaar. In de
meeste gangen kon je tot mijn verbazing
zelfs helemaal niet rechtstaan, integendeel zelfs, het waren meestal
kleine doorgangen, waar een ietwat corpulente persoon enkel met veel moeite zou
doorheen geraken. Om dan nog eens te denken dat het meermaals gebeurde dat er
een gang instortte. Als je niet onder het puin bedolven raakte kon je alleen maar
proberen kalm te blijven en aan het touw te trekken in de gang. Zo ging er een
signaal af. Er waren ook veel telefoons
waardoor er snel hulp kon worden ingeroepen. Men probeerde de gangen natuurlijk
zo goed mogelijk te stutten, eerst met dennenhout ( dit maakt lawaai wanneer
het onder druk begint te breken) en daarna met metalen kappen, en pijlers.
Dé mijnwerker bestaat niet, ik leerde dat er vele functies waren
( schietmeester, later elektricien, opzichter, buizenlegger, spoorlegger,
machinist,... ), maar kolenhouwer was zonder meer fysiek het
zwaarste. In de beginjaren van de mijn moesten ze de steenkool met enkel een
houweel en iets later een pikhamer uit de wanden kappen. Ik mocht zo’n pikhamer
even vasthouden tijdens de rondleiding. Als de gids me niet gewaarschuwd had,
had ik deze zeker laten vallen. Hij weegt immers meer dan 18 kg. Ik kon maar
moeilijk geloven dat iemand het een hele werkdag kon volhouden om op zijn knieën
met deze zware pikhamer steenkool te kappen. De gids deelde ook ons mee dat
enkel de sterkste mannen dit maximum enkele jaren volhielden. Gelukkig werd het
steenkoolkappen de laatste jaren van dat de mijnen bestonden een haast volledig
gemechaniseerd proces, waarbij de werknemers toezicht hielden op de machines en
ze onderhoudden, en eventueel bijstuurde bij foutjes ( als het steenkool niet
juist viel bv.). Toch was niet alles rozengeur en maneschijn, want de machines
brachten extra stof, lawaai en gevaar voor kleine ongevallen met zich mee.
Veel van deze machines liggen nu echter te vergaan in de
diepe ondergrond, want de mijn van Beringen werd ondanks hevig protesten gesloten
in 1987 ( en in 1992 uiteindelijk ook de laatste mijn in Zolder). De sluiting kwam er omwille van economische
redenen, steenkool was te duur en te vervuilend geworden, er waren goedkopere
en meer zuivere energiebronnen. Op zich is er nog voor zeker 100 jaar steenkool
in de Limburgse bodems.
Het sluiten van de mijnen was zoals eerder aangegeven een zware klap. Er was bijna geen nevenindustrie in Limburg omdat de investeerders
van de mijnen ook van buiten de streek kwamen ( Waalse steenkoolfabrikanten, Franse
en Belgische industriële groepen uit de metaalsector). De overgang van een industriële
naar post-industriële samenleving is hier in Limburg met vallen en opstaan
gegaan. De gevolgen van de sluiting van de Ford fabriek tonen dit nog maar eens aan.
Conclusie
Ons mijnverleden heeft het huidige uitzicht van onze streek
sterk mee bepaald. Net daarom vind ik dit zo’n zinvol onderwerp om rond te werken in
de klas. Het heeft het potentieel om heel beeldend te werken aan thema’s zoals multiculturaliteit,
immigratie enz.. Het kan op dat vlak veel vooroordelen wegwerken. Als PAV leraar kan je er zelfs de nieuwe
eindtermen natuurwetenschappen aan koppelen, door net als in mijn blog de energiebron
steenkool te vergelijken met de huidige energiebronnen. Om te beginnen zou ik
samen met de leerlingen de film Marina bekijken om hun interesse op te wekken (
een bundel opgebouwd via OVUR). Aan de
hand van het levensverhaal van Rocco en het menselijk gezicht dat er wordt
geplakt om de geïmmigreerde mijnwerkers, zullen de vooroordelen van de leerlingen sneller worden
weggewerkt. De leerlingen zullen dan hoogstwaarschijnlijk warm gelopen zijn
voor een bezoek aan de mijn waar de film deels werd opgenomen. Daar zien ze het
persoonlijke verhaal dan in een bredere context en kunnen ze meer informatie krijgen.
De bovenverdieping zouden ze zelfstandig aan de hand van de iPod en een
bundeltje kunnen ontdekken en voor de ondergrondse simulatie zal de gids met
zijn persoonlijke ervaring en anekdotes hen zeker kunnen boeien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten